Onlangs werd ik herinnerd aan een spelletje dat we op de speelplaats speelden in het lager. Nu ik eraan terugdenk, kan ik me niet echt herinneren wat het doel was, want het klinkt nogal “eigenaardig”.
Korte uitleg: je houdt je 2 armen naar links, terwijl de ander zijn armen naar rechts houdt. Dan neem je elkaars handen vast. Zo kun je samen vooruit lopen, maar ook gemakkelijk in tegenovergestelde richting lopen door gewoon aan elkaars armen te trekken. Klinkt ingewikkeld en een foto zou duidelijkheid brengen, maar ik kan er geen vinden – sorry.
Wat ik me nog herinner is dat je hiermee gewoon tegen andere groepjes moest lopen en elkaar proberen omver te lopen. Dit spelletje had dan ook de toepasselijke naam “autobokkers” (=”botsautootjes”) gekregen. Achteraf gezien heb ik er geen idee van waarom tegen de grond knallen en je knieĆ«n onder je sponsen broekje op de stenen openhalen zo leuk was, maar ik heb er goeie herinneringen aan.
Nu, het grappige wat ik me ervan herinner, is dat sommige gastjes geen vriendje hadden om mee samen te lopen, en die liepen dan maar met de armen gekruist alleen rond in een poging mee te spelen. Grapppig, en eigenlijk toch wel heel triest als je nu bedenkt hoe kansloos die ene was ten opzichte van een massa gastjes die hem per twee omver liepen.
Tags: jeugd
Grappig en o zo herkenbaar! Ik vermoed dat dat toch een lokaal Roeselaars gebruik was.