Archive for the ‘hersenkronkels’ Category

Wacht maar

Tuesday, January 19th, 2010

Wacht maar tot je naar school moet, dan zul je geen peuter meer kunnen zijn

Wacht maar tot je in het eerste leerjaar zit, dan zul je huiswerk moeten maken

Wacht maar tot je naar het middelbaar moet, dan zul je wel weten wat studeren is

Wacht maar tot in de universiteit, dan pas zul je weten wat blokken is

Wacht maar tot je moet werken, dan zul je wel weten wat het leven is

Wacht maar tot je een kind hebt , dan zul je wel beseffen hoeveel tijd je had

Wacht maar tot je twee kinderen hebt, dan zul je wel weten wat drukte is

Wacht maar tot je kinderen naar de crèche moeten, dan zul je weten wat het is om je leven te plannen

Wacht maar tot je kinderen naar de lagere school moeten, dan zul je pas moeten plannen

Wacht maar tot je kinderen studeren, dan zul je weten wat een student kost

Wacht maar tot je kinderen met een lief thuiskomen dat je niet aanstaat

Wacht maar tot je kleinkinderen hebt

Wel, ik zit nu ongeveer halverwege en ik ben niet van plan om nog de rest van mijn leven op van alles te moeten wachten.  Want als ik deze uitspraken moet volgen, zal ik op mijn sterfbed nog het gevoel hebben dat er iemand anders het erger heeft.

Dus neen, ik wacht niet meer, en ik geloof best dat iedereen het in zijn situatie als het zwaarste ziet, maar vergeet dat niet als je me zegt dat jouw situatie momenteel toch veel erger is.

Lezen afgeleerd

Thursday, August 27th, 2009

25 jaar terug.
piet en an hebben wel een aap en een kat maar geen hoofdletters of leestekens. Bovendien kunnen ze maar tot 20 tellen, wat vervelend is want die aap eet meer dan 20 nootjes per dag.  En ze wonen in huisnummer 21 dus dat mag niet. Pietje Puk de postbode stelt zich voor, gevolgd door de boeken van de Rode Ridder die me minder boeien.  Met Suske en Wiske leer ik mijn geschiedenis en dankzij de vergelijkingen van Lambik met alles wat afkeer opwekt dat de politiek toen niet veel anders was dan nu.

Zo’n 20 jaar geleden. Ik ben volop ergens achteraan in het boek “taal” aan het lezen.  In die tijd waren er nog geen fancy namen als “Piramide”, WERO was nog WO en de vakken hadden namen als taal, rekenen, spelling, geschiedenis.

Een klop op mijn lessenaar.
“Hm?”
“Aan het slapen in de les?”
Algemeen gelach in de klas.
“Tijd om op te staan! Gisteren te laat in bed gezeten?”
Nog meer gelach. En hij heeft dan nog gelijk ook, want ik zat gisteren tot laat met mijn zaklamp in bed stiekem de kruistocht van Thea te lezen.
“We zitten op pagina 36, tweede alinea.
“Blader, ritsel, waar zit die pagina? Zweetpuntjes prikken op mijn voorhoofd. Na nerveus zoeken vind ik eindelijk de pagina en begin luidop te lezen. Na mijn alinea die ik van pure ontnuchtering hakkelend heb voorgelezen laat de leraar me met rust. Op zoek naar een volgend slachtoffer.
In deze les waag ik het niet meer om verder te lezen dan waar “de klas” is.

Een paar dagen later.
Ik heb mijn les geleerd, ik hou mijn vinger op de pagina waar de klas aan het lezen is en heb ondertussen wel al gesnapt dat we om beurt een alinea moeten lezen, dus kan ik uitrekenen wanneer het opnieuw aan mij is en kan ik snel terugbladeren. Het voorleestempo van sommigen is zo tergend traag, ieder woord wordt drie keer gewikt, in de mond gerold, omgekeerd, dan toch verkeerd uitgesproken, zo traag dat je beseft dat ze jouw tijd verbranden, tijd die je voor nuttiger dingen kan gebruiken, dat je ze zo gaat haten dat je ze van hun bank zou willen stampen.  Blijkt dat dit niet sociaal aanvaard is.  Iemand omver schoppen of openlijk belachelijk maken omdat hij niet kan voetballen is dat dan blijkbaar weer wel.

Ik heb nood aan nieuwe boeken.  Na Jan Terlouw zijn Pjotr, Oorlogswinter en De Kloof te verwerken, alle Roald Dahl kinderboeken twee keer te hebben gelezen en de kinderafdeling in te ruilen voor de tienerboeken begint mijn eerste leesvermoeidheid op te duiken.  Ik kwam op een moment dat ik te oud was voor kinderboeken en te jong om “volwassen” romans te lezen.  Er was een drang van tienerauteurs om enkel nog te schrijven over racisme en integratie.  Na een paar van die boeken weet je het wel en wil je opnieuw wat meer fantasie in de verhalen.

Een paar jaar later, eindelijk wat poëzie in de opleiding. Gedaan met de rijmpjes van het vogeltje in het bos, hoedjes van papier, op naar het echte werk. Nu we op de school van Gezelle zitten, moeten we die toch wel goed kennen. Vele krinkelende winklende weken, maanden met een rooze verder, tot op het bot ontleed en verkracht, krijgen we Herman De Coninck te lezen.  Prachtig werk heeft hij geschreven, en wat krijgen we: een voetballer – Cruijff – die geen enkele tiener nog kent.  Mooi gedicht, maar om daar dan weer een maand over bezig te zijn… Nu nog kan ik me van De Coninck niets anders meer herinneren dan die voetballer!
Meneer, mogen we niet eens wat anders lezen, Jotie T’ Hooft bijvoorbeeld? Wie?  Die junk? Wat heeft die nu van belang geschreven? Wel, zowat alles wat een tiener bezighoudt misschien? De pijn, het liefdesverdriet, het zoeken naar een lief terwijl je met een puistenkop op een jongensschool zit!
Het heeft niet mogen zijn, Gezelle staat in het leerplan, Jotie niet.  En de boem van Paul. Die wel. En de dactylische hexameter, het elegisch distichon, het sonnet, die ook. Ongelooflijk hoe zo’n vrije kunst zo uitgespit kan worden, omgezet tot iets wat je behandelt als wat je in de afvoer vindt.

Het heeft me verschillende jaren gekost om Guide Gezelle en Herman De Coninck opnieuw te kunnen appreciëren.  Zo kostmoe was ik hun werk. Pas nu ontdek ik opnieuw het plezier van het lezen. En van “kinder” gedichten. Maar aan een tempo waar ik als kind mee gelachen zou hebben.  Dan Brown, de Harry Potter reeks (twee keer in het Nederlands, vanaf boek vijf nog eerst eens in het Engels) en nu recent Stieg Larsson. De echte topverkopers, ik weet het, maar ik moet toch ergens mijn herintegratie in de leesmaatschappij starten?

Autobokker

Thursday, August 6th, 2009

Onlangs werd ik herinnerd aan een spelletje dat we op de speelplaats speelden in het lager. Nu ik eraan terugdenk, kan ik me niet echt herinneren wat het doel was, want het klinkt nogal “eigenaardig”.

Korte uitleg: je houdt je 2 armen naar links, terwijl de ander zijn armen naar rechts houdt. Dan neem je elkaars handen vast. Zo kun je samen vooruit lopen, maar ook gemakkelijk in tegenovergestelde richting lopen door gewoon aan elkaars armen te trekken. Klinkt ingewikkeld en een foto zou duidelijkheid brengen, maar ik kan er geen vinden – sorry.

Wat ik me nog herinner is dat je hiermee gewoon tegen andere groepjes moest lopen en elkaar proberen omver te lopen. Dit spelletje had dan ook de toepasselijke naam “autobokkers” (=”botsautootjes”) gekregen. Achteraf gezien heb ik er geen idee van waarom tegen de grond knallen en je knieën onder je sponsen broekje op de stenen openhalen zo leuk was, maar ik heb er goeie herinneringen aan.

Nu, het grappige wat ik me ervan herinner, is dat sommige gastjes geen vriendje hadden om mee samen te lopen, en die liepen dan maar met de armen gekruist alleen rond in een poging mee te spelen. Grapppig, en eigenlijk toch wel heel triest als je nu bedenkt hoe kansloos die ene was ten opzichte van een massa gastjes die hem per twee omver liepen.

Strafmaat

Monday, July 27th, 2009

145.000 cannabisplantjes: Een aantal luxewagens en zo’n half miljoen euro in cash

Schending van de scheiding der machten: winst bij de daaropvolgende Vlaamse verkiezingen

Invoer van 300 kg heroïne / mensenhandel: Vrijlating

Frauderen voor 400 miljoen euro: Feestje met Bush senior en Margaret Thatcher

Vijfvoudige brandstichting: 1 jaar (9 maand voorarrest + 3 maand na veroordeling)

Werken: is meer verdienen is meer betalen ;-)

Een verhaaltje voor het slapengaan

Sunday, December 2nd, 2007

Zit je warm in je bedje? Heb je je knuffelbeer bij je? Dan vertel ik je nog een verhaaltje!

Vanavond vertel ik je een echt gebeurd verhaaltje over het eerste leerjaar van een schooltje hier niet zo ver vandaan. Vroeger was er maar 1 klasje, maar nu zijn er kindjes in 1a en in 1b, net zoals in jouw school.

De kindjes in de klas hadden wel gekke namen: zo was er Oranje, waarvan zijn mama meehielp met meneer Pastoor. Dan was er ook nog Blauw, die rijke ouders had en met een jeep naar school werd gebracht. Er was Rood, die met de bus kwam en graag met zijn treintjes speelde. Rood kreeg vaak straf omdat hij zijn huiswerk niet wilde maken. Rood zei tegen de juffrouw dat hij “in staking” was, maar de juffrouw zei dat hij maar van klas moest veranderen indien hij niet akkoord ging met het huiswerk.

Er waren nog een paar kindjes die pas uit de kleuterklas kwamen en waar de andere kindjes niet naar wilden luisteren. Zwart mocht nooit meespelen met de andere omdat hij altijd zei dat indien hij eens mocht meespelen, hij wel zou winnen en een ander spelletje zou kiezen. En daarom lieten de anderen hem niet meedoen. Groen kwam met de fiets naar school en zei dat je geen dieren mocht eten. Groen was een leuke meid die soms wel wat kon zeuren en waar Oranje en Blauw vervelend van werden. Een paar weken geleden was er nog een kindje bijgekomen met een wel heel gekke naam: Blauw-met-Zwarte-Plekjes. De meeste kindjes vonden dit te moeilijk en noemden hem dan maar eldeedee.

Oranje was vroeger de grootste van de klas en mocht de spelletjes kiezen die ze op de speelplaats zouden spelen. Maar Rood ging op de schouders van Blauw zitten en plots waren die twee de grootste. Ze speelden zo vaak samen dat ze hen Paars begonnen te noemen. Soms mocht Groen ook meespelen, maar na een tijdje waren ze haar gezeur over de vuiligheid die ze op de speelplaats achterlieten beu en speelden ze alleen.

Oranje wilde opnieuw de sterkste van de klas zijn en begon samen te spelen met Geel. Geel had een grote mond en vanaf nu mochten Oranje en Geel kiezen welke spelletjes ze zouden spelen. Oranje en Geel zeiden dat ze veel leukere spelletjes zouden spelen wanneer ze het stukje van de speelplaats waar 1b speelde, ook konden gebruiken. Daar stonden een paar bomen en was het leuker om te spelen. 1b vond dat natuurlijk niet zo leuk en begon ruzie te maken. Blauw zei dat hij eigenlijk plaats genoeg had, maar zag dat de andere kindjes het plekje van 1b wilden en begon mee ruzie te maken. Zwart zei dat hij al altijd zelf wilde kiezen waar hij kon spelen en begon te vechten met alle kindjes. Oranje en Geel hadden het steeds maar over vette vissen en verpletterende verantwoordelijkheden van 1b. Groen vond het gewoon leuk om samen te spelen met 1b en verstond niet waarom ze daar zo moeilijk over deden.

Het werd zo erg dat Oranje naar de directeur werd geroepen en straf kreeg. Hij mocht niet meer samenspelen met Geel tot de ruzie met 1b voorbij was. Oranje zei tegen zijn mama dat het allemaal de schuld was van 1b en dat die maar moesten toegeven dat ze de beste plaats op de speelplaats hadden.

Ondertussen keken Rood, Groen, Zwart en zelfs Blauw-met-Zwarte-Plekjes naar de ruzie en genoten in het zonnetje met een doosje fruitsap van de dag. Ze zaten op het mooiste plaatsje van de speelplaats terwijl Oranje, Geel en Blauw nog steeds ruzie maakten in de klas. De kindjes van de andere klasjes vroegen waarom hun klasjes zoveel ruzie maakten terwijl er op de speelplaats toch genoeg plaats was voor iedereen. Al de andere klasjes speelden samen maar 1a wilde niet meer meespelen wanneer 1b ook meedeed.

Op het einde van het schooljaar mocht iedereen op schoolreis en daarna naar 2a en 2b. Blauw kon met de hulp van zijn privé-juffrouw naar het tweede leerjaar, maar Oranje en Geel hadden zoveel ruzie gemaakt dat ze waren vergeten om op te letten in de les en bleven zitten in het eerste leerjaar. De klasjes van 2a en 2b werden door elkaar gehaald en vanaf nu speelden ze allemaal samen met de andere klassen op de speelplaats. Oranje en Geel bleven alleen in het lelijkste hoekje van de speelplaats mokken en hielden vol dat het toch veel leuker was op het plekje van 1b.

Slaap zacht!

Uitbreiding Brussel nu!

Monday, October 22nd, 2007

Met al het gepalaver over de uitbreiding van Brussel en de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (en liefst nog België erbij blijkbaar), kwam ik tot volgende onweerlegbare, wetenschappelijk verantwoorde logische redenering.

A) Veel bedrijven willen hun hoofdzetel in Brussel omdat dit internationaal beter presenteert op het visitekaartje
==>
B)
1. Kantoorruimte in Brussel wordt schaars en duur
2. File tot in Aalst, Leuven, …
==>
C) Nog meer bedrijven menen absoluut in Brussel hun vestiging te moeten hebben om prestigieus te zijn ==> zie B) in het kwadraat

Een eenvoudige wiskundige berekening toont aan dat dit betekent dat kantoorruimte convergeert naar oneindig en er file is tot in Tokyo. Vraag en aanbod zullen dit met enige waarschijnlijkheid binnen hun marges wat kunnen beperken.

Neme men echter predikaat A) weg, dan kunnen we tot de conclusie komen dat kantoorruimte in Brussel opnieuw betaalbaar wordt en we geen uren meer moeten aanschuiven om het Atomium te bezoeken.

Eventjes gluren bij de buren toont dat bedrijven een “London Office” hebben tot in Newbury, zo’n 100 km van London city.

Indien we dus Brussel met zo’n 100 km uitbreiden is er weer opnieuw een massa ruimte vrij voor kantoren en worden de files over het land verspreid (om niet te zeggen dat ze wegvallen omdat iedereen al in Brussel is)!

Dan kan ik vanuit Roeselare werken in Brussel, zonder dagelijks 4u onderweg te zijn! Wie kan er daar nu tegen zijn?